Your browser has CSS disabled. Enable CSS in order to view this website as it was intended.
Doordat de agrarische functie van het boerenbedrijf langzaam zijn uitweg heeft gevonden ontstaat ruimte voor functieverandering. De huidige bewoner, de familie oudste, woont alleen op het oude, deels leegstaande en vervallen erf. Daarom heeft hij zijn dochter met haar gezin gevraagd bij hem op het erf te komen wonen. Hierdoor is hij zowel van zorg als woongenot verzekert en kan letterlijk zijn “erfgoed” in de familie blijven.
Deze opgave heeft enerzijds een architectonische- en anderzijds een landschappelijke vraag. De omgang met de omgeving is belangrijk, het vereveningsplan is hier toe een eerste aanzet geweest. Het slopen van gebouwen en het inpassen van nieuwe bebouwing vergt een gedegen onderzoek waarbij het gehele erf als een ensemble van verschillende volumes één geheel vormen.
De transformatie van het voormalige agrarische erf is een integrale ontwerpopgave. Naast gebruiks-, architectonische- en cultuurhistorische waarden zijn er ook de landschappelijke kwaliteiten en natuurwaarden die behouden en/of versterkt moeten worden. Bestaande bomen, hagen en de boomgaard zijn prachtige onderdelen die betekenis geven aan het erf. In het nieuwe plan zijn deze onderdelen omarmd en geïntegreerd in het ontwerp.
Het landhuis wordt teruggebouwd ter plaatse van de oude boerderij en één van de te slopen schuren. Om weer een wand te kunnen vormen naar het erf en het aantal vierkante meter woonoppervlak beperkt is, zijn we uitgekomen bij een relatief lang volume. Door de nieuwe woning iets draaien ten opzichte van de voetprint van de oude boerderij, wordt er weer een cluster gevormd met de aangrenzende bebouwing.
De entree van het woonhuis krijgt haar plek aan het erf. Tevens wordt door de verdraaiing de “toegang” vanaf de weg hersteld en zoekt de woning de relatie met de oude solitaire boom die op deze manier voor het huis komt te staan. De oriëntatie van de woning t.o.v. het land en de weg is nu gelijk aan de andere boerderijen aan de Flierderweg en haar omgeving.
De goothoogte van het landhuis aan de erfzijde leggen we op 5,5m. hierdoor krijgt het volume een duidelijke massa. De entree wordt geaccentueerd door een lager afdak.
Aan de landzijde ligt de goothoogte duidelijk lager hiermee refererend naar de verschijning van de oude boerderijen. Het wonen is georiënteerd op de boomgaard en het land, de landschapsgevel is open, maar krijgt zijn intimiteit door de veranda.
Door de wit gestuukte gevel, de rietgedekte kap en de oriëntatie krijgt de woning een karakteristieke landelijke verschijningsvorm. Daarnaast zal door zorgvuldige detaillering de uitstraling van het hoofdgebouw zich positief onderscheiden van de bijgebouwen.
De verschijning van de huidige varkensschuur aan de bosrand is uitgangspunt voor de nieuwe seniorenwoning met kapschuur. Het volume is laag en lang gerekt en heeft een flauwe kap. De nieuwe woning en schuur hebben samen één verschijningsvorm, laag en langgerekt. Door de afstand tussen beiden niet te groot te maken, ontstaat er een relatie tussen beide volumes en wordt dit gelezen als één nieuw gebaar aan de bosrand.
De seniorenwoning onder het bomendak van de bosrand dient ondergeschikt te zijn aan de erfbebouwing. Door te kiezen voor een donkere steen en een overstek waardoor de goot laag komt te liggen, laten we de woning wegvallen tegen de bosrand. In het kader van hergebruik, gebruiken we de pannen van één van de te slopen schuren.